Terug
Gepubliceerd op 02/01/2023

Besluit  Gemeenteraad

do 22/12/2022 - 19:00

Algemeen reglement op de begraafplaatsen 2023

Aanwezig: Yannick De Coster, Voorzitter
Danny Vangoidtsenhoven, Burgemeester
Kamil Muyldermans, Philippe Vervoort, Luc Robijns, Gerda Vandenplas, Schepenen
Noël De Clerck, Herman Depré, Dominik Verhaegen, Hanne Van Laer, Jef Verbist, Karin Devyver, Stany Lenseclaes, Frederic Van Eyck, Greta Veeckmans, Yasmin Fischer, Frederik Francois, Raadsleden
Caroline Peters, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Katia della Faille de Leverghem, Nele De Martelaere, Jeroen Verheyden, Sofie Pletinckx, Raadsleden
Voorgeschiedenis

Het gemeentelijk reglement van 26 februari 2015 markeerde een  vernieuwde visie op begraafplaatsbeheer in onze gemeente.

Feiten en context

Hoewel begraafplaatsbeheer wordt gekenmerkt door een vrij trage dynamiek door de toepassing van lange termijnen van grafrust, is het toch aangewezen om periodiek het gemeentelijke reglement op de begraafplaatsen te evalueren en eventueel bij te sturen.

Door de herinrichting van een aantal begraafplaatsen de voorbije jaren is het belangrijk om het reglement dat het beheer van de begraafplaatsen in belangrijke mate regelt, actueel te houden.

Argumentatie

Zoals gesteld is er de noodzaak om het gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen periodiek aan te passen aan de vigerende wetgeving, maatschappelijke ontwikkelingen, herwaardering van begraafplaatsen en hernieuwde visies. De herwaardering van de begraafplaatsen is in volle uitvoering, en het is nodig dat het overeenstemmende reglement die vorderingen nauw volgt.

De eerste aanpassing gaat over het toelaten van het plaatsen van urnen van niet-inwoners in de deelgemeenten. Overleden niet-inwoners die hun wil te kennen hebben gegeven in onze gemeente een laatste rustplaats te krijgen, hebben niet zelden een link met een specifieke deelgemeente. Plaatsgebrek kan voor de bijzetting van urnen – wel voor de begraving in kist – door herinrichtingsprojecten niet langer ingeroepen worden.  Een eenvoudige wijziging van artikel 4 van het reglement zet dit recht.

De bijbegraving in een grafperk zonder concessie is steeds een heikele kwestie. Hoewel het een belangrijk emotioneel voordeel biedt voor de nabestaanden, kan het naast plaats winst ook problemen opleveren voor het beheer van de begraafplaats. Hele zones bestemd voor toekomstige begravingen kunnen zo door één of enkele bijzettingen voor jaren geblokkeerd geraken. Artikel 6 van het reglement tracht dit in goede banen te leiden met extra clausules en bepalingen.

Tot slot leverde artikel 71 in oudere versies van het reglement een aantal onwerkbare scenario’s op. Een verbetering van artikel 71 regelt de bijbegraving in een grafperk zonder concessie en de financiële afwikkeling ervan door invoering en verankering van het principe van het wachtgraf. Met een eenduidige vergoeding wordt bijbegraving in een wachtgraf - onder de voorwaarden van artikel 6 – mogelijk gemaakt.

Met verwijzing naar het SDG’s is het billijk om te vermelden dat grafmonumenten niet goed scoren op vlak van duurzaamheid in het algemeen. Niettegenstaande zorgen grafmonumenten ook voor een typisch begraafplaatsomgeving en in sommige gevallen ook de charme of het specifieke karakter ervan. Daarnaast zijn begraafplaatsen stukjes openbare ruimte waar natuur, water(infiltratie)beheer ook kunnen. Deze elementen bij elkaar zijn de basis voor een update van de richtlijnen voor het plaatsen van grafmonumenten. Vrije esthetische keuze op een beperktere oppervlakte is de synergie tussen de vermelde beleidsdoelen. Het wordt beschreven in hoofdstuk 12 van het reglement, inclusief eenvoudige instructies in planformaat.

Het zwaartepunt van de begraafplaatsactiviteiten ligt op de centrale begraafplaats aan de Limburg Stirumlaan. Het invoeren van één duidelijke naam voor de centrale begraafplaats schept hierin duidelijkheid: ‘Heuvelveld’, een oude kadastrale benaming die een perfecte naam voor de centrale begraafplaats is. Alle concessies worden geconcentreerd op deze centrale begraafplaats.

Zowel de politiemaatregelen als de tarieven blijven onveranderd tegenover het begraafplaatsreglement van 2015.

Financiële gevolgen

Uit tendensen van de voorbije jaren is af te leiden dat de keuzes m.b.t. de laatste rustplaats in de eerste plaats een maatschappelijke evolutie kent. Daarnaast lijkt ook het aanbod en de uitrusting van de individuele begraafplaatsen een bepalende factor. Zo komt het dat het aantal begravingen de laatste jaren gestaag daalt en crematies toenemen, ook los van wijziging van het reglement of de (concessie)tarieven.

Gezien de grote correlatie met de absolute sterftecijfers is de financiële implicatie van het voorgestelde reglement niet in te schatten. De tendens is echter budgetneutraal naar licht dalende inkomsten.

Publieke stemming
Aanwezig: Yannick De Coster, Danny Vangoidtsenhoven, Kamil Muyldermans, Philippe Vervoort, Luc Robijns, Gerda Vandenplas, Noël De Clerck, Herman Depré, Dominik Verhaegen, Hanne Van Laer, Jef Verbist, Karin Devyver, Stany Lenseclaes, Frederic Van Eyck, Greta Veeckmans, Yasmin Fischer, Frederik Francois, Caroline Peters
Voorstanders: Yannick De Coster, Danny Vangoidtsenhoven, Kamil Muyldermans, Philippe Vervoort, Luc Robijns, Gerda Vandenplas, Noël De Clerck, Herman Depré, Dominik Verhaegen, Hanne Van Laer, Jef Verbist, Karin Devyver, Stany Lenseclaes, Frederic Van Eyck, Greta Veeckmans, Yasmin Fischer, Frederik Francois
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist het Algemeen gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen 2023 in te voeren als volgt :

 

ALGEMEEN REGLEMENT OP DE BEGRAAFPLAATSEN 2023

Hoofdstuk 1: ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1:

Dit reglement doet geen afbreuk aan bestaande wetten, decreten, verordeningen en besluiten van toepassing op alle handelingen aangaande lijkbezorging en begraafplaatsen in de gemeente.

Artikel 2:

De gemeente Huldenberg beschikt over volgende begraafplaatsen:

  • rond kerk Huldenberg
  • rond kerk Neerijse
  • rond kerk Loonbeek
  • rond kerk Sint Agatha Rode
  • rond kerk Ottenburg
  • Loonbeek, achter ‘zaal Vandervorst’
  • Huldenberg, Limburg Stirumlaan

Het college van burgemeester en schepenen bepaalt voor de verschillende begraafplaatsen, met uitzondering van de centrale begraafplaats Huldenberg de Limburg Stirumlaan, de datum waarop nieuwe begravingen worden opgeschort, behoudens dewelke begunstigd zijn via een concessie of enig ander wettelijk recht.

Begraafplaatsen waar de begravingen reeds werden opgeschort (opgeschort is hierbij een tijdelijke en technische beheersmaatregel, geen definitieve sluiting van de begraafplaats):

  • Begraafplaats Loonbeek rond de kerk;
  • Begraafplaats Huldenberg rond de kerk;

Artikel 2bis

De gemeentelijke begraafplaats gelegen aan de Limburg Stirumlaan draagt de naam ‘Heuvelveld’.

Artikel 3:

De gemeentelijke begraafplaatsen zijn, tot op het moment zoals in artikel 2 bedoeld waarbij nieuwe begravingen worden opgeschort, bestemd voor de begraving van de lijken of de as die eveneens kan uitgestrooid worden of bijgezet in een columbarium:

1)            van de personen die overleden zijn op het grondgebied van de gemeente Huldenberg of er dood zijn aangetroffen;

2)            van de personen die hun gewoon verblijf hebben te Huldenberg, maar overleden zijn buiten het grondgebied van de gemeente.  Het gewoon verblijf, voorzien bij dit artikel, rechtvaardigt zich alleen door de inschrijving in de bevolkings- of vreemdelingenregisters. Uitzonderingen hierop zijn :

  • E.G.-ambtenaren die, ingevolge hun persoonlijk statuut vrijgesteld zijn van inschrijving in de gemeentelijke registers, en die werkelijk in onze gemeente verblijven, worden voor de toepassing van onderhavige bepaling gelijkgesteld met de personen die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters.
  • de personen elders overleden, niet ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister van Huldenberg, mits de voorafgaandelijke en uitdrukkelijke toestemming van de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand, en betaling van de in het tariefreglement voorziene retributie;
  • personen die voorheen te Huldenberg verbleven en die aansluitend in de tijd, ten behoeve van de zorg om ouderen of invaliditeit, in een instelling of zorgwoning geplaatst werden buiten onze gemeente gelegen of bij familie verbleven;.

3)            personen, begunstigd met een concessie;

Artikel 4:

Niet inwoners van de gemeente kunnen enkel begraven worden op de centrale begraafplaats ‘Heuvelveld’ mits betaling van de in het retributiereglement voorziene retributie.

Artikel 5:

Alle diensten en handelingen op de gemeentebegraafplaatsen gebeuren zonder onderscheid van eredienst, noch van wijsgerige of godsdienstige opvattingen, onder de verantwoordelijkheid of onder toezicht van de gemeente, in de gedeelten van de begraafplaatsen aangeduid door de Burgemeester of zijn afgevaardigde.

Artikel 5bis:

Dagen en uren waarop uitvaarten op de gemeentelijke begraafplaatsen kunnen georganiseerd worden, zijn als volgt:

  • Op weekdagen, voormiddag tussen 9:00 en 12:00
  • Op weekdagen, namiddag tussen 13:00 en 15:00
  • Op zaterdagvoormiddag tussen 9:00 en 12:00

Voor uitstrooiing en het plaatsen van urnen die uitgevoerd worden door de begrafenisondernemer zijn andere tijdstippen mits goedkeuring mogelijk.

Het college van burgemeester en schepenen kan gemotiveerd en om uitzonderlijke redenen afwijkingen op deze regeling toestaan. 

Artikel 6:

In niet-geconcedeerde grond gebeurt het begraven normaal in afzonderlijke kuilen, de een naast de andere, in doorlopende volgorde, in de door de burgemeester of zijn afgevaardigde aangeduide grafperken.

In deze niet-geconcedeerde gronden worden begravingen boven elkaar, van echtgenoten of familieleden, toegestaan onder volgende cumulatieve voorwaarden:

  • De maatregel werd toegestaan door de burgemeester;
  • De maatregel heeft tot doel het beheer van de begraafplaats te regelen en te structureren;
  • Het betreft een goedgekeurd verwantschap zoals decretaal vastgelegd;
  • Het graf bevindt zich niet in een zone voor sanering of geplande sanering. De bijzetting mag niet als gevolg hebben dat sanering van hele zones of rijen verhinderd wordt (dit laatste is bvb het geval op Heuvelveld, waar in afzonderlijke, chronologisch opvolgende rijen wordt begraven);
  • De retributie voor wachtgraf zoals wordt voorzien in artikel 71 wordt voorafgaandelijk aan de bijzetting vereffend;
  • De bijbegraving is geen concessie. Op de datum van de bijbegraving start een niet-verlengbare grafrust van 15 jaar.

Artikel 7:

In een grafperk zonder concessie zullen de lichamen voor een termijn van 15 jaar mogen rusten.

Deze termijn vangt aan op de dagtekening van de laatste begraving in het grafperk.

Grafperken, en bijzettingen in columbariumnis of –buis  zonder concessie zijn na afloop niet verlengbaar, niet verplaatsbaar, noch omzetbaar naar eender welke concessie.

Artikel 8:

De gemeenteraad draagt aan het College van Burgemeester en Schepenen de bevoegdheid over om de concessies toe te kennen op de gemeentelijke begraafplaatsen.

Deze concessies, uitsluitend op de centrale begraafplaats Huldenberg Heuvelveld, zijn:

  • individuele of gezamenlijke concessies voor 30 jaar, voor columbariumnissen of columbariumbuizen;
  • individuele of gezamenlijke concessies voor 30 jaar, voor urnenkelders;
  • individuele of gezamenlijke grafconcessies van 30 jaar, in volle grond;
  • individuele of gezamenlijke concessies voor 30 jaar, voor grafkelders;

Zij verlenen aan de titularis geen recht van eigendom, maar enkel een recht van genot en gebruik met een bijzondere en nominale bestemming.


Hoofdstuk 2: BEPALINGEN VOOR ALLE GRAFCONCESSIES

Artikel 9:

De concessies worden aangevraagd op een daartoe bestemd formulier.

Op deze aanvraag moet worden vermeld:

1)            naam, voornaam en adres van de aanvrager;

2)            naam en voornaam van de begunstigden die in de grafconcessie zullen worden bijgezet;

3)            aard van de concessie;

4)            afmetingen van de grafconcessie;

5)            de te betalen retributie;

6)            datum van aanvraag en handtekening van de aanvrager.

Voor de toepassing van huidig reglement moet worden verstaan door “concessiehouder”, hij die de concessie aanvraagt en bekomt.

Artikel 10:

De concessies zijn onvervreemdbaar en onafstaanbaar.

De duur van de concessie neemt een aanvang op de datum van het besluit van aflevering van de concessie door het Schepencollege.

Concessies worden niet voorafgaandelijk toegekend.

Concessies zijn beperkt tot maximum twee begunstigden.

Artikel 11:

De tarieven van de concessies worden vastgelegd  door de gemeenteraad middels onderhavig besluit (zie hoofdstuk 13).

De retributie van de concessie moet geheel betaald worden voor ingebruikneming van de grafconcessie.

Artikel 12:

De definitieve begraving op een begraafplaats van een andere gemeente, van een stoffelijk overschot waarvoor een concessie werd bekomen, brengt van rechtswege het verval mede van de vergunde rechten, zowel voor de grond als voor de kelder, zonder terugbetaling van de door de concessiehouder betaalde sommen.

Het eventueel opgericht monument moet binnen de drie maanden na de definitieve overbrenging verwijderd worden, zo niet zullen de materialen die er van voortkomen, aan de gemeente toebehoren.

Artikel 13:

De grafconcessies worden in verschillende categorieën verdeeld. De keuze van de categorie berust bij de aanvrager.

Hij mag zich nochtans laten vertegenwoordigen door een ander persoon, drager van een volmacht.

Deze volmacht moet schriftelijk en uitdrukkelijk opgesteld zijn en behoorlijk ondertekend door de aanvrager, en gestaafd door zijn identiteitskaart en door deze van de gevolmachtigde. Begrafenisonderneming(en), door de nabestaanden gelast met de organisatie en uitvoering van een begraving, bijzetting in columbarium of uitstrooiing, zijn automatisch gevolmachtigd voor de aanvraag van een concessie.

Aan de betaling van de prijs van de concessie wordt voldaan van zodra - in overeenstemming met het reglement - een keuze is gemaakt. Deze betaling gebeurt vóór ingebruikname van de concessie.

 

HOOFDSTUK 3: GRAFCONCESSIES VAN 30 JAAR

Artikel 14:

De grafconcessies voor een termijn van 30 jaar worden verleend door het College van Burgemeester en Schepenen.

De termijn van 30 jaar start vanaf de datum van vergunning afgeleverd door het Schepencollege. Voor concessies waarvan de einddatum valt op minder dan 10 jaar van de laatste bijzetting, gelden de decretale bepalingen ter zake.

Zij worden toegekend volgens de voorwaarden en het tarief bepaald door de gemeenteraad.

In ieder geval kan de totale concessietermijn, dus inclusief eventuele verlengingen, de 50 jaar niet overschrijden.

Artikel 15:

Op verzoek van enig belanghebbende, kunnen deze concessies telkens hernieuwd worden voor een periode van tien jaar, tegen de prijzen en voorwaarden van kracht op het ogenblik van de hernieuwing. 

Artikel 16:

Concessies mogen dienen voor de teraardebestelling van maximaal twee overledenen.

Artikel 17:

Ieder vak van een grafkelder is bestemd tot de teraardebestelling van uitsluitend één enkel lijk.

Het onderste vak van de grafkelder moet steeds volzet zijn alvorens het hoger gelegen vak mag en moet gebruikt worden.

Artikel 18:

Het recht de grafkelders te laten openen behoort toe aan de Burgemeester.

De grafkelders mogen enkel geopend worden in het belang van de dienst en door de daartoe aangestelde beambten van de begraafplaats.

Onmiddellijk na de bijzetting zal het vak dichtgemetseld worden door de zorgen van het gemeentebestuur.

Artikel 19:

Alvorens tot de bijzetting van een stoffelijk overschot in reeds bestaand graf mag worden overgegaan, moet de aanvrager op zijn kosten en verantwoordelijkheid de desbetreffende graftekens doen verwijderen. De richtlijnen van de bevoegde personen van het gemeentebestuur worden hierbij gerespecteerd.

Indien na de bijzetting de afgenomen/verwijderde graftekens niet binnen de twee maand teruggeplaatst werden, zal het werk ambtshalve uitgevoerd worden ten laste, op kosten en op risico van de in gebreke blijvende aanvrager.

Artikel 20:

Percelen waarop een concessie rust mag teruggenomen worden door het gemeentebestuur indien het openbaar belang of het belang van de dienst dit vereist. In dit geval wordt de concessiehouder, zonder vergoeding, een nieuwe plaats aangewezen.

Alle kosten van een eventuele ontgraving, het overbrengen van stoffelijke resten, het verplaatsen van het graftekens en/of  het bouwen van een kelder, zijn in dit geval ten laste van de gemeente.

Artikel 21:

Na afloop van een concessieperiode neemt het gemeentebestuur het perceel opnieuw in beheer.

In het geval dat deze grafpercelen voor nieuwe begravingen klaargemaakt worden, zal 

ambtshalve een sanering worden uitgevoerd. Eventuele overgebleven stoffelijke resten worden dan  overgebracht  in een daarvoor speciaal aangeduid perceel op de begraafplaats. Deze herbegravingen worden vermeld in een dossier.  Er zal op deze percelen ook geen enkel grafteken worden aangebracht.

De graftekens aangebracht op de vervallen grafconcessies worden, bij het einde van de concessie, weggevoerd door de familie of rechthebbenden van de aldaar begraven personen, binnen een termijn van twee maanden.  Bij in gebreke blijven, worden de graftekens eigendom van de gemeente.

 

HOOFDSTUK 4: EREPERK VOOR OORLOGSHERDENKING

Artikel 22:

Op de bestaande begraafplaatsen is een ereperk voorzien voor het begraven van de overleden oud-strijders van de ondermeer de wereldoorlogen 1914-1918 en 1940-1945.

Artikel 23:

Oud-strijders of oorlogsveteranen  zijn personen die door het ministerie van Landsverdediging een officieel militair statuut toegekend kregen, of door het ministerie van Sociale Zekerheid een statuut gelijkgesteld met militairen, of een burgerlijk statuut toegekend kregen (bv. gewapende weerstanders, oorlogsvrijwilligers, werkweigeraars, …).

De nabestaanden of hun afgevaardigde (de begrafenisondernemer) leveren een officieel bewijsstuk af  waaruit blijkt dat de overledene de desbetreffende hoedanigheid bezat (een lidkaart van een oudstrijdersvereniging geldt bijvoorbeeld niet als bewijs). 

Artikel 24:

Dit ereperk voor Oorlogsherdenking zal ten minste 50 jaar blijven bestaan en zal alleen maar opgeheven worden in geval van volstrekte noodzakelijkheid bij besluit van de gemeenteraad.

Artikel 25:

De concessies op dit ereperk, toegekend aan de personen en statuten zoals vermeld in artikel 23, worden kosteloos toegestaan.

 

HOOFDSTUK 5: URNENBEGRAVING

Artikel 26

Op alle begraafplaatsen is de mogelijkheid voorzien over te gaan tot urnenbegraving in een speciaal daarvoor voorziene urnenkelders of urnenbuizen.

Artikel 27

Het gemeentebestuur heeft het alleenrecht voor het plaatsen van urnenkelders of urnenbuizen. Deze urnenkelders of urnenbuizen worden ter beschikking gesteld tegen de prijs bepaald in het tariefreglement.

Artikel 28

Door de zorgen van de nabestaanden wordt desgewenst een grafsteen, maar minstens een naamplaatje, voorzien op de plaats waar de urne begraven is of op het deksel van de urnenkelder.

Artikel 29

Het begraven van urnen in een bestaand graf of in een bestaande concessie in volle grond kan uitzonderlijk worden toegestaan op de begraafplaatsen. Deze maatregel kan echter enkel worden toegestaan wanneer het technische onmogelijk zou blijken een noodzakelijke bijzetting uit te voeren bij begraving in een gewone kist of op uitdrukkelijke vraag van de nabestaanden.

 

HOOFDSTUK 6: BEGRAAFPERK VOOR ONGEBOREN LEVEN

Artikel 30

Enkel op de centrale begraafplaats Heuvelveld is een perk ingericht voor de begraving van levenloos geboren kinderen die de wettelijke levensvatbaarheidgrens nog niet hebben bereikt.

Het betreft een perk voor de anonieme begraving van ongeboren leven na een zwangerschapsduur van ten minste 12 weken.

Geen blijvende graftekens, andere dan deze aangebracht door de zorgen van het gemeentebestuur, zijn toegelaten op het perk voor ongeboren leven. Anonieme graf- of rouwtekens van louter tijdelijke aard zijn toegelaten.


HOOFDSTUK 7: ONTGRAVINGEN

Artikel 31:

Behalve op bevel van de rechterlijke overheid, mag tot geen ontgraving van een stoffelijk overschot uit volle grond of uit een grafkelder worden overgegaan zonder machtiging van de Burgemeester. Het verlenen van de toestemming tot ontgraving door de burgemeester kan enkel om ernstige redenen. Behoudens gerechtelijk bevel is ontgraving verboden tijdens de periode van grafrust die loopt tot 10 jaar na de begraving.

Indien de te ontgraven persoon overleden is tengevolge van een besmettelijke ziekte of infectie, zal de Burgemeester deze machtiging weigeren, of bijzondere maatregelen voorschrijven.

Artikel 32:

Voor de ontgraving van een stoffelijk overschot uit volle grond of uit een grafkelder is een retributie verschuldigd waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de gemeenteraad.

Deze retributie dient voorafgaandelijk betaald te worden.

De kosten voor de praktische organisatie van de ontgraving en desgevallend de overbrenging van het stoffelijk overschot naar een andere (begraaf)plaats vallen ten laste van de aanvrager.

Artikel 33:

De Burgemeester beslist wanneer de ontgraving plaats heeft.  De ontgravingen worden gedaan in aanwezigheid van de personen die bevoegd zijn om ze bij te wonen en van de verantwoordelijke van de begraafplaats die er proces-verbaal van opmaakt.

Artikel 34:

Onder geen enkel voorwendsel mag een lichaam of een asurne uit een geconcedeerde grond, ontgraven worden om het in een grafconcessie van lagere categorie over te brengen.

Artikel 35:

Zo tot de ontgraving wordt overgegaan van een lijk of asurne uit een geconcedeerde grond, met het oog op de overbrenging naar een ander kerkhof, geeft deze verrichting nooit aanleiding tot terugbetaling door de gemeente van een vergoeding voor de overgelaten concessie.

 

HOOFDSTUK 8: POLITIEMAATREGELEN

Artikel 36:

De gemeentelijke begraafplaatsen zijn toegankelijk voor het publiek, het ganse jaar van zonsopgang tot zonsondergang.  Deze openingstijden zijn niet van toepassing voor officiële paden en doorgangen die de begraafplaatsen zouden doorkruisen. 

De gemeentelijke begraafplaatsen zijn toegankelijk voor het publiek na zonsondergang jaarlijks op de dag van Wereldlichtjesdag.

De openingstijden kunnen, bij gemotiveerde beslissing, door het Schepencollege worden gewijzigd.

Artikel 37:

Rustverstorende activiteiten  zijn verboden op de begraafplaats.

Artikel 38:

Het is verboden:

  1)         beplanting te beschadigen of te vernietigen;

  2)         gedenktekens, graftekens, monumenten, en begraafplaatsuitrusting te beschadigen of te vernietigen;

  3)         binnen de omheining van de begraafplaats, afval, papier, of welke voorwerpen ook, elders te gooien dan in de daartoe bestemde afvalbakken;

  4)         handelsactiviteiten uit te voeren;

  5)         aanplakbrieven, borden, getuigschriften of publiciteitstekens, zowel binnen de begraafplaatsen als op de ingangspoorten, grafstenen, grafzerken, en de omheiningen aan te brengen, uitgezonderd de berichten en onderrichtingen uitgaande van de gemeente;

   6)        de normale uitvoering van begrafenissen, bijzettingen, herdenkingen of vieringen te verstoren.

Alle inbreuken op deze bepalingen worden vastgesteld door de leden van het personeel van de begraafplaats die onmiddellijk de burgemeester of zijn afgevaardigde verwittigen.

Artikel 39:

Gemotoriseerd verkeer, met uitzondering van de lijkwagen en/of voertuigen van bevoegde diensten, is niet toegelaten op de begraafplaats.

Deze bepaling geldt niet voor rolstoelen, rollators, e.d. die mobiliteitsondersteuning als doel hebben.

Artikel 40:

Iedere bezoeker dient zich te gedragen met de nodige eerbied verschuldigd aan de overledenen.

Artikel 41:

De gemeente is niet aansprakelijk voor eventuele diefstallen.

 

HOOFDSTUK 9: GRAFTEKENS, OPSCHRIFTEN EN BEPLANTINGEN

Artikel 42:

Voor het plaatsen en/of wijzigen van een grafteken of -steen, is voorafgaandelijk een toelating vereist van de bevoegde dient van het gemeentebestuur.

Bij de bevoegde dienst van het gemeentebestuur, moet een door de aanvrager ondertekend formulier worden ingediend, samen met volgende gegevens (alles in dubbel exemplaar);

1)            aanduiding van de begraafplaats;

2)            het ontwerp, met aanduiding van de afmetingen en te verwerken materialen;

3)            aan te brengen tekst;

4)            vermelding van aard van de rustplaats (volle grond, concessie, concessie met kelder, ..).

Artikel 43:

De bevoegde dienst van het gemeentebestuur beoordeeld of het te plaatsen grafteken aan alle vereisten van reglementering, type-plan, stabiliteit en stevigheid voldoet, alsook of de aanleg ervan andere graven niet schaadt.

De ingediende aanvraag wordt – bij goedkeuring conform de richtlijnen opgenomen in onderhavig reglement – voorzien van een vermelding “Toelating voor het plaatsen van een grafzerk” en aan de aanvrager terugbezorgd.

De graftekens geplaatst zonder vergunning zullen, binnen de acht dagen na berichtgeving, moeten worden verwijderd.  Zo niet zullen deze ambtshalve, ten laste, op kosten en op risico van de opdrachtgever, worden weggenomen.

De voorgelegde ontwerpen worden slechts goedgekeurd onder voorbehoud van de rechten van derden wat betreft de eigendom van de kunstenaar.

Artikel 44:

De te plaatsen graftekens moeten in overeenstemming zijn met de afmetingen en voorschriften van het overeenstemmend type-plan, zoals bepaald in hoofdstuk 12 van dit reglement.

Artikel 45:

De grafsteen, zowel op de grafkelders als op de graven in volle grond, mogen eerst na een tijdsverloop van zes weken na de teraardebestelling of na het aanbrengen van de grafkelder, worden geplaatst.

Artikel 46:

Het is verboden materialen te gebruiken die omwille van breekbaarheid, vorm, fysische of chemische kenmerken een veiligheidsrisico inhouden.

Artikel 47:

Graftekens worden geplaatst volgens de richtlijnen van de bevoegde personen van het gemeentebestuur.

Artikel 48:

De graftekens moeten tijdens de ganse duur van het bestaan van het graf behouden blijven en moeten voortdurend in volmaakte staat van bewaring, onderhoud en reinheid worden gehouden.

Artikel 49:

Het is op de begraafplaatsen verboden om op zondagen, wettelijke feestdagen en de periode tussen 30 oktober en 2 november, rustverstorende graaf-, bouw- of herstellingswerken te verrichten of  er bouwmaterialen te deponeren.

Artikel 50:

Voorwerpen of materialen, niet behorende tot de normale uitrusting van, of  benodigdheden op de begraafplaats, kunnen  ambtshalve door het gemeentebestuur worden afgevoerd.

Artikel 51:

Alle bouwwerken, herstellingen en wijzigingen aan graftekens of kelders, gebeuren onder de verantwoordelijkheid van de aanvragers, die alle voorzorgsmaatregelen moeten treffen om ongevallen en schade aan de nabijgelegen grafstenen te voorkomen.

Zij blijven te allen tijde verantwoordelijk voor elk ongeval dat te wijten zou zijn aan hun nalatigheid of onvoorzichtigheid.

Werken met een veiligheidsrisico (zoals graafwerken of werken met machines) worden voldoende visueel en fysiek afgeschermd. Publiek is in deze zone niet toegelaten.

Artikel 52:

Binnen de omheining van de begraafplaatsen is het neerleggen of opslaan van bouwmateriaal verboden, tenzij voor onmiddellijk gebruik of noodwendigheden van de dienst.

Beton, cement of mortel moeten op platen, in bekken of andere daartoe bestemde recipiënten geplaatst worden.

De bouw- of herstellingswerken mogen in geen geval de vrije doorgang in de wegen belemmeren.

De stenen moeten gehouwen zijn en klaar om geplaatst te worden, voor ze op het kerkhof worden binnengebracht.

Artikel 53:

Het is verboden planten en bloemen in volle grond te planten in de nabijheid van graven. Dit verbod is niet van toepassing op de groenaanleg welke worden uitgevoerd door de zorgen van het gemeentebestuur met het oog op de algemene aanleg en verfraaiing van de begraafplaats.

Verwelkte bloemen, planten, kransen of beschadigde kunstbloemen, zullen ambtshalve van de graven worden verwijderd. 

Bloemen of bloemstukken, welke op de graven worden geplaatst ter gelegenheid van Allerheiligen, en welke zich na 30 november hierop volgend nog op of nabij de graven bevinden, zullen ambtshalve worden verwijderd door het personeel gelast met het onderhoud van de begraafplaatsen.

Tijdelijke bloemen of herdenkingskransen mogen in ieder geval vrije doorgang op de paden niet belemmeren. 

Alle kransen, aanplantingen en bloempotten die ambtshalve worden verwijderd, worden eigendom van het gemeentebestuur.

Artikel 54:

Onmiddellijk na de voltooiing der werken, moeten de families, de concessiehouders of hun rechthebbenden, de aannemers of de private personen die het werk zelf uitvoeren, alle materiaal, afval, puin, enz. weghalen, de omgeving der gedenktekens reinigen, en de plaats waar de werken werden uitgevoerd, in behoorlijke staat herstellen.

 

HOOFDSTUK 10:               BOUWEN VAN KELDERS

Artikel 55:

Het gemeentebestuur heeft het alleenrecht voor het bouwen van de grafkelders op de begraafplaatsen. Deze grafkelders worden ter beschikking gesteld aan begunstigden van een overeenstemmende concessie.

 

HOOFDSTUK 11:               STROOIWEIDE EN COLUMBARIUM

Artikel 56:

Het beheer van de asurne, die de te verstrooien as bevat, is de verantwoordelijkheid van de begrafenisondernemer, of de persoon gelast met het begeleiden van de uitvaartplechtigheid.

De begrafenisondernemer, of de persoon gelast met het begeleiden van de uitvaartplechtigheid, is verantwoordelijk voor de sereniteit en het correcte verloop van de uitvaartplechtigheid

Artikel 57:

Met uitzondering van een naamplaatje op de daarvoor geplaatste gedenksteen zal op of bij de strooiweide geen enkel individueel grafteken mogen aangebracht worden.

Artikel 58:

Asurnen mogen de binnenafmeting van respectievelijke de columbariumnis, een urnenbuis of de urnenkelder niet overtreffen.

De begrafenisondernemer, of de persoon gelast met het begeleiden van de uitvaartplechtigheid, vergewist zich voorafgaandelijk aan de plechtigheid, dat voldaan kan worden aan deze afmetingen.

Artikel 59

naamplaatjes, die tot doel hebben de naam of namen van de overledene(n) te vermelden op de dekplaat van een columbariumnis, een urnenbuis of urnenkelder, worden op de afsluitingsplaat van de nis of op het gedenkmonument, aangebracht.

Het aanbrengen van naamplaatjes op een gedenkmonument verbonden aan een strooiweide, gebeurt door de diensten van de gemeente.

Artikel 60:

De naamplaatjes zoals voorzien in artikel 59 hebben volgende kenmerken:

Ze bestaan uit duurzaam materiaal. De naamplaatjes vermelden ten minste de officiële naam en voorna(a)m(en),  geboorte- en de overlijdensjaar.

De afmetingen van de naam- of sierplaatjes zijn 100 bij 70 millimeter waarbij de langste zijde horizontaal is.

 

HOODSTUK 12: BIJZONDERE BEPALINGEN BETREFFENDE DE GRAFMONUMENTEN

Artikel 61:

KOPZERKEN

Deze bepalingen gelden alleen voor de reeds begonnen rijen op de begraafplaats ‘Heuvelveld’ voor begravingen en grafkelders.

1°            Er mogen enkel graftekens geplaatst worden onder de vorm van een “kopzerk” nadat het ontwerp voorafgaandelijk werd goedgekeurd door het gemeentebestuur .  De vorm van elke kopzerk is vrij, maar dient beperkt te blijven binnen het volume van de afmetingen hieronder bepaald.

Het maximaal in te vullen volume en de plaatsing is als volgt:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Plaatsing van de kopzerk steeds centraal op de lengte-as van het grafperk.

2°            Iedere kopzerk dient door de zorgen, op kosten en onder verantwoordelijkheid van de aanvrager geplaatst te worden op de kopbalk welke door het gemeentebestuur ter beschikking wordt gesteld. De voorzijden van de kopzerk volgt de lijn bepaald door de andere zerken.

Artikel 61bis:

GRAFZUILEN

Deze bepalingen gelden voor alle begraafplaatsen, met uitzondering van de bepalingen van artikel 61, voor begravingen en grafkelders

1°           Mogen enkel graftekens geplaatst worden binnen het volume van een grafzuil nadat het ontwerp voorafgaandelijk werd goedgekeurd door het gemeentebestuur.  De vorm van elke grafzuil is vrij, maar dient beperkt te blijven binnen de afmetingen hieronder bepaald.

Het maximaal in te vullen volume en de plaatsing is dus als volgt:

 

Plaatsing van de grafzuil steeds centraal op de lengte-as van het grafperk.

2°            Iedere grafzuil dient door de zorgen, op kosten en onder verantwoordelijkheid van de aanvrager geplaatst te worden.

3° Ontwerpen of graftekens die niet aan deze voorwaarden voldoen, kunnen ambtshalve verwijderd worden door de diensten van het gemeentebestuur.

Artikel 61ter:

GEDENKTEKEN URNENBUIS

Deze bepalingen zijn van toepassing voor alle begraafplaatsen, voor urnenbuizen

1° Bovenop urnenbuizen mogen graftekens geplaatst worden binnen het volume van 50x50x50cm nadat het ontwerp voorafgaandelijk werd goedgekeurd door het gemeentebestuur.  De vorm van elke grafzuil is vrij, maar dient beperkt te blijven binnen de afmetingen hieronder bepaald.

Het maximaal in te vullen volume en de plaatsing is dus als volgt:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opmerking: urnenbuizen zijn standaard uitgerust met een deksteen van goede kwaliteit. Het louter aanbrengen van een naamplaat op deze standaard deksteen is toegelaten.

 

DEKSTEEN URNENKELDERS

 

Deze bepalingen zijn van toepassing voor alle begraafplaatsen, voor urnenkelders.

Het grafteken bestaat uit een (naam)plaat en wordt centraal bovenop het lessenaarsdeksel van de urnenkelder bevestigd. De plaat meet maximum 60 bij 60 cm en dekt bijgevolg het hele deksel nauwkeurig af. De plaat is maximum 5 cm dik.

Opmerking: urnenkelders zijn standaard uitgerust met een deksteen type lessenaarsdeksel. Het louter aanbrengen van een naamplaat op deze standaard deksteen is toegelaten. Dit geldt eveneens voor de urnenbuizen op de centrale begraafplaats Huldenberg – Heuvelveld, voorbehouden voor de concessies.

 

HOOFDSTUK 13:               TARIEVEN

Artikel 62:          

Voor inwoners is het gebruik van grafplaats, columbariumnis of columbariumbuis allen zonder concessie, waarvan de duur wordt bepaald op 15 jaar, kosteloos.

Artikel 63:

Het gebruik van een grafplaats, columbariumnis of columbariumbuis zonder concessie voor kinderen (<18 jaar) waarvan de duur bepaald wordt op 75 jaar, is kosteloos

Begravingen in het daarvoor ingerichte begraafperk is voorbehouden voor overleden kinderen (< 6 jaar)

Artikel 64:          

De concessies voor graven en columbariumnissen worden ingedeeld in categorieën volgens hun ligging en de termijnen waarvoor zij worden verleend, en volgens dewelke hierna een tarief wordt vastgesteld.

De volgens dit tarief vereiste vergoedingen zijn ineens en vooraf betaalbaar, tegen kwijting, in handen van de ontvanger of zijn afgevaardigde.

De prijs omvat de begrafenisrechten die overeenstemmen met ieders bestemming.

Artikel 65:

Voor de verschillende concessies bedraagt de vergoeding voor inwoners:

  • Een uitstrooiing is kosteloos
  • concessies voor 30 jaar, voor columbariumnissen of –buizen: 1000,00 euro
  • concessies voor 30 jaar, voor urnenkelders: 1500,00 euro
  • grafconcessies van 30 jaar, in volle grond: 2000,00 euro
  • concessies voor 30 jaar, voor grafkelders: 2500,00 euro

 Artikel 66:

De tarieven voor begravingen, diensten, concessies of bijzettingen voor niet-inwoners zijn als volgt :

  • Vergoeding voor de onkosten voor een uitstrooiing: 250,00 euro
  • Vergoeding voor het plaatsen van een urne voor 15 jaar, in columbariumnissen of –buizen: 1000,00 euro
  • Vergoeding voor het plaatsen van een urne voor 15 jaar, in een urnenkelder: 1500,00 euro
  • Vergoeding en onkosten voor de begraving van 15 jaar in volle grond: 2000,00 euro
  • Vergoeding en onkosten voor 15 jaar, voor grafkelders: 2500,00 euro
  • concessies voor 30 jaar, voor columbariumnissen of –buizen: 2000,00 euro
  • concessies voor 30 jaar, voor urnenkelders: 3000,00 euro
  • grafconcessies van 30 jaar, in volle grond: 4000,00 euro
  • concessies voor 30 jaar, voor grafkelders: 5000,00 euro

Artikel 67:

De vergoeding voor het gebruik van graf- of urnenkelders die door het gemeentebestuur werden geplaatst is verrekend in de tarief van de concessie. Er is geen aparte vergoeding voor verschuldigd.

Artikel 68:

De vergoedingen voor de hernieuwingsperiode van 10 jaar van een concessie (zowel inwoners als niet-inwoners), zowel in kelder als in volle grond en in columbariumnis, worden voor een als volgt bepaald:

Verlengingsperiode van 10 jaar van een individuele of gezamenlijke concessies voor 30 jaar, voor columbariumnissen of -buizen: 750,00 euro

Verlengingsperiode van 10 jaar van een individuele of gezamenlijke concessies voor 30 jaar, voor urnenkelders: 1000,00 euro

Verlengingsperiode van 10 jaar van een individuele of gezamenlijke grafconcessies van 30 jaar, in volle grond: 1250,00 euro

Verlengingsperiode van 10 jaar van een individuele of gezamenlijke concessies voor 30 jaar, voor grafkelders: 1500,00 euro

 

Het college heeft het recht om graven, grafkelders, columbariumnissen of urnenbuizen die onder deze verlengingsregeling vallen te verplaatsen.

In ieder geval kan de totale concessietermijn, dus inclusief eventuele verlengingen, de 50 jaar niet overschrijden.

Artikel 69:

Voor ontgravingen dient een vergoeding (retributie) te worden betaald van 3000,00 euro.

De kosten en organisatie van de ontgraving vallen ten laste van de aanvrager. Het college van burgemeester en schepenen kan bijzonder voorwaarden opleggen voor de goede gang van zaken van een ontgraving van een stoffelijk overschot.

Deze retributie is niet van toepassing voor ontgraving op bevel van gerechtelijke onderzoek of vonnis.

Artikel 70:

Het vrijwillig vroegtijdig ontruimen van een concessie geeft geen aanleiding tot het terugbetalen van de geïnde vergoeding, nog tot gelijk welke aftrek.

De gemeente is nooit gehouden tot terugbetaling.

De prijs betaald voor een concessie op korte termijn wordt niet in rekening gebracht bij het toekennen van een concessie van lange duur.

Artikel 71 :

Na afloop van de kosteloze rustperiode van 15 of 20 jaar kan, bijvoorbeeld in het kader van een geplande sanering, het statuut van wachtgraf verkregen worden.

Het statuut wachtgraf heeft als doel om het behoud van een grafplaats te verzekeren in het geval dat  het interval tussen de overlijdensdata van een twee begunstigden van een grafplaats groter is dan de voorziene kosteloze rustperiode van 15 of 20jaar.

De éénmalige vergoeding voor het verkrijgen van het statuut wachtgraf bedraagt:

  • In columbariumnissen of –buizen: 750,00 euro
  • Voor begraving in volle grond:1000,00 euro

De begunstigde voor het wachtgraf wordt vastgelegd bij toekenning van het statuut.

Het college heeft het recht om graven, columbariumnissen of urnenbuizen die onder deze regeling vallen te verplaatsen of gemotiveerd te weigeren.

Het statuut wachtgraf kan niet toegekend worden indien dit als gevolg heeft dat sanering van hele zones of rijen verhinderd wordt (dit laatste is bvb het geval op Heuvelveld, waar in afzonderlijke, chronologisch opvolgende rijen wordt begraven).

Bij inname van een wachtgraf begint een tweede kosteloze rustperiode van 15jaar, tenzij anders bepaald.

Het statuut wachtgraf is geen concessie, noch een manier om de termijn van reeds volledig ingenomen grafperken te verlengen.

De voorwaarden van artikel 6 zijn onverminderd van toepassing.


HOOFDSTUK 12:               SLOT, OVERGANGS- EN STRAFBEPALINGEN

Artikel 72:

De gevallen niet voorzien door onderhavig besluit, zullen door het college van Burgemeester en Schepenen opgelost worden voor zover ze behoren tot haar bevoegdheid.

Artikel 73:

Het College kan bepalen dat op bepaalde begraafplaatsen geen concessies meer verleend worden wegens plaatsgebrek.

Artikel 74:

Begravingen, bijzettingen in columbaria, het plaatsen van grafkelders, concessies, toelatingen voor het plaatsen van grafstenen, termijnen van begraving, enz… die vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit werden uitgevoerd, vergund of toegekend, blijven - behoudens de bepalingen van dit reglement waar dit expliciet is vermeld - onderhevig aan de regelgeving die van toepassing was op het ogenblik dat ze werden uitgevoerd, vergund of toegekend.

Artikel 75:

Tarieven die werden overeen gekomen vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, blijven - behoudens de bepalingen van dit reglement waar dit expliciet is vermeld - onderhevig aan de regelgeving die van toepassing was op het ogenblik dat de betalingen werden uitgevoerd of overeen gekomen.

Dit geldt eveneens voor de tarieven afgesproken/overeen gekomen voor bijzettingen van een tweede overledene of tweede urne in bestaande graven, grafkelders, columbariumnissen of urnenkelder.

Artikel 76:

De overtreders van de bepalingen van onderhavig reglement worden met politiestraffen bestraft, onverminderd de andere strafmaatregelen door de wetten voorzien.

Artikel 77:

Dit reglement treedt in werking op 01/01/2023.                                                             

EINDE

 

Artikel 2:

Volgende reglement worden opgeheven:

  • Het gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen van 26 februari 2015.

Artikel 3:

Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan  het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Afdeling Vlaams-Brabant, de Gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant - Diestsepoort 6, bus 1te 3010 Leuven