De belasting bedraagt 100 euro per plaats op een terreingerelateerd logies, al dan niet in gebruik op 1 januari van het aanslagjaar.
De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 25.900,00 euro.
De beslissing van de gemeenteraad van 18 december 2019 – belasting op terreingerelateerde logies - 2020 - 2025.
De noodzaak om omwille van de continuïteit een nieuw reglement goed te keuren nu het bestaande reglement dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2019 afloopt op 31 december 2025.
De gemeente zet in op verschillende beleidsdomeinen en levert extra inspanningen die de gemeente Huldenberg als bestemming interessanter maken.
De gemeente zet zich in voor de toeristische sector.
De inspanningen van de gemeente zorgen voor een verdere ontwikkeling van de toeristische sector in de gemeente.
De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt het heffen van deze belasting waarbij een evenwichtige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.
De belastingen zijn opgenomen in het meerjarenplan om aan de voorwaarden tot het bereiken van het financieel evenwicht te voldoen.
Artikel 1:
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op terreingerelateerde logies, zoals bedoeld in artikel 2, 2°, van het Vlaamse Logiesdecreet.
Artikel 2:
Voor de toepassing van dit belastingreglement hebben de volgende termen betekenis:
1° terreingerelateerd logies : een toeristisch logies in centraal beheer waar op een afgebakend terrein wordt gekampeerd of verbleven in verplaatsbare of niet-verplaatsbare verblijven, of dat daarvoor bestemd of ingericht is;
2° plaats op een terreingerelateerd logies: een plaats op een terreingerelateerd logies waarop door logerende toeristen in een al dan niet eigen verplaatsbaar of niet-verplaatsbaar verblijf wordt overnacht, of die daarvoor bestemd of ingericht is;
3° verplaatsbaar verblijf: een tent, een vouwwagen, een kampeerauto, een camper, een rijcaravan, een stacaravan of elk ander vergelijkbaar verblijf op een terreingerelateerd logies;
4° niet-verplaatsbaar verblijf: een chalet, een bungalow, een vakantiehuisje, een trekkershut, een paviljoen of elk ander vergelijkbaar verblijf op een terreingerelateerd logies waarvoor een stedenbouwkundige vergunning, een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een stedenbouwkundig uittreksel is verleend, waaruit blijkt dat het verblijf vergund is of wordt geacht vergund te zijn
5° exploitant: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een terreingerelateerd logies exploiteert, voor de rekening van wie een terreingerelateerd logies wordt geëxploiteerd of die tot de exploitatie wordt gemachtigd op grond van een rechtsgeldige exploitatieovereenkomst;
6° eigenaar: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een terrein voor terreingerelateerde logies bezit.
7° toerist: elke persoon die zich met het oog op vrijetijdsbesteding, ontspanning, persoonlijke ontwikkeling, beroepsuitoefening of zakelijk contact begeeft naar of verblijft in een andere dan zijn alledaagse leefomgeving".
Artikel 3:
De belasting is verschuldigd door de exploitant van het terreingerelateerd toeristisch logies op 1 januari van het aanslagjaar. De eigenaar van het terreingerelateerd toeristisch logies op 1 januari van het aanslagjaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
De belastingen zoals vastgesteld in deze verordening zijn ondeelbaar en voor het ganse jaar verschuldigd door de belastingplichtige.
Artikel 4:
De belasting wordt vastgesteld op 100 euro per plaats op een terreingerelateerde logies. De belasting is verschuldigd voor het aantal plaatsen, al dan niet in gebruik, op 1 januari van het aanslagjaar en zoals vermeld op het brandveiligheidsattest voor een toeristische logies dat wordt afgeleverd door de burgemeester zoals vermeld in artikel 5, 2° van het Besluit Brandveiligheidsnormen.
Artikel 5:
De belastingplichtige wordt belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Artikel 6:
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7:
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet.
Artikel 8:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen, dat handelt als bestuursoverheid.
De bezwaren moeten schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.
De ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden gestuurd.
Artikel 9:
Dit reglement wordt overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikel 10:
Dit reglement wordt afgekondigd en bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286, §1, 1° en artikel 287 van het decreet lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026.