De aanvullende belasting op de personenbelasting wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 vastgesteld op 8% van de overeenkomstig artikel 466 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorgaande jaar.
De opbrengst voor het aanslagjaar 2026 wordt geraamd op 6.470.374,73 euro.
De beslissing van de gemeenteraad van 18 december 2019 – aanvullende belasting op de personenbelasting - 2020 - 2025.
De noodzaak om omwille van de continuïteit een nieuw reglement goed te keuren nu het bestaande reglement dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2019 afloopt op 31 december 2025.
De gemeente heeft middelen nodig om een aangename leefomgeving en kwalitatieve dienstverlening te kunnen verzekeren.
Die middelen moeten gevestigd worden op een evenwichtige en herverdeelbare wijze en volgens de draagkracht van de inwoners.
De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt het heffen van deze belasting waarbij een evenwichtige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.
De belastingen zijn opgenomen in het meerjarenplan om aan de voorwaarden tot het bereiken van het financieel evenwicht te voldoen.
Artikel 1:
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2:
De belasting wordt vastgesteld op 8 % van de overeenkomstig artikel 466 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3:
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen en deze belast met de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 4:
Dit reglement wordt overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikel 5:
Dit reglement wordt afgekondigd en bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286, §1, 1° en artikel 287 van het Decreet Lokaal Bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026.