Terug
Gepubliceerd op 22/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

do 18/12/2025 - 19:00

Gemeentelijke milieubelasting - 2026 - 2031

Aanwezig: Jef Verbist, Voorzitter
Danny Vangoidtsenhoven, Burgemeester
Kamil Muyldermans, Rani Van Sever, Philippe Vervoort, Karin Devyver, Herman Depré, Schepenen
Katia della Faille de Leverghem, Gerda Vandenplas, Nicole Vanweddingen, Dominik Verhaegen, Jeroen Verheyden, Greta Veeckmans, Sofie Pletinckx, Ewoud Van der Auwera, Julie Vandenbossche, Ellen Camp, Inge Ronsmans, Sophie Tack, Valérie Tanghe, Raadsleden
Caroline Peters, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Johan Deconinck, Raadslid

De gemeentelijke milieubelasting bedraagt:

  • 50 euro per jaar en per gezin;

  • 50 euro per jaar per tweede verblijf;

  • 50 euro per jaar per bedrijf;
  • 30 euro per jaar per perceel en per plaats, met een minimum verblijf van 1 maand op een terreingerelateerd logies;
  • 30 euro per jaar en per bebouwd perceel  op een weekendverblijfpark.

De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 210.000,00 euro.


Voorgeschiedenis

De beslissing van de gemeenteraad van 18 december 2019 – gemeentelijke milieubelasting - 2020 - 2025.

Feiten en context

De noodzaak om omwille van de continuïteit een nieuw reglement goed te keuren nu het bestaande reglement dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2019 afloopt op 31 december 2025;

Argumentatie

Milieu en duurzaamheid zijn belangrijke aspecten van het gemeentelijk beleid.

Het gemeentebestuur spendeert heel wat tijd en middelen aan het uitwerken van een gemeentelijk klimaat- en natuurbeleid, met inbegrip van het uitvoeren van acties en campagnes.

Het gemeentebestuur heeft heel wat lasten bij het zelf naleven en doen naleven van de complexe milieuwetgeving voor alle installaties en handelingen onder beheer van de gemeente.  

Doordat we een zeer uitgestrekte en landelijke gemeente zijn en er verwacht wordt dat de  dienstverlening in deze mooi gemeente voor iedereen toegankelijk wordt gemaakt, waar mogelijk en dit een extra last is voor het gemeentebestuur om dit voor iedereen te voorzien.  Tevens is het onderhoud van onze groenvoorzieningen en begraafplaatsen zeer intensief.

Een tariefdifferentiatie voor terreingerelateerde logies en weekendverblijfparken is aangewezen omwille van de verschillende aard en mate waarin er gebruik wordt van gemaakt van de gemeentelijke infrastructuur en dienstverleningen rekening houdend met het doorgaans minder intensieve en meer seizoensgebonden gebruik van deze percelen.

Het is gepast een vrijstelling van heffing te voorzien om diensten van openbaar nut te kunnen waarborgen.

De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt het heffen van deze belasting waarbij een evenwichtige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.

Financiële gevolgen

De belastingen zijn opgenomen in het meerjarenplan om aan de voorwaarden tot het bereiken van het financieel evenwicht te voldoen.

Publieke stemming
Aanwezig: Jef Verbist, Danny Vangoidtsenhoven, Kamil Muyldermans, Rani Van Sever, Philippe Vervoort, Karin Devyver, Herman Depré, Katia della Faille de Leverghem, Gerda Vandenplas, Nicole Vanweddingen, Dominik Verhaegen, Jeroen Verheyden, Greta Veeckmans, Sofie Pletinckx, Ewoud Van der Auwera, Julie Vandenbossche, Ellen Camp, Inge Ronsmans, Sophie Tack, Valérie Tanghe, Caroline Peters
Voorstanders: Jef Verbist, Danny Vangoidtsenhoven, Kamil Muyldermans, Rani Van Sever, Philippe Vervoort, Karin Devyver, Herman Depré, Katia della Faille de Leverghem, Gerda Vandenplas, Nicole Vanweddingen, Dominik Verhaegen, Jeroen Verheyden, Greta Veeckmans, Sofie Pletinckx, Ewoud Van der Auwera, Julie Vandenbossche, Ellen Camp, Inge Ronsmans, Sophie Tack, Valérie Tanghe
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

Artikel 1:

Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een gemeentelijke milieubelasting geheven.

Artikel 2:

Onder “gezin” dient te worden verstaan :

  • hetzij een persoon die gewoonlijk alleen leeft
  • hetzij een vereniging van twee of meer personen die, al dan niet door familiebanden gebonden, gewoonlijk éénzelfde woning of woongelegenheid betrekken en er samen leven.
Onder eigenaar van een tweede verblijf dient te worden verstaan de belastingplichtige zoals vastgesteld in het kohier "tweede verblijven" van hetzelfde aanslagjaar, m.n. de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van het tweede verblijf op 1 januari van het aanslagjaar.

Artikel 3:

Als belastingplichtige wordt aangeduid:

  • het gezinshoofd zoals ingeschreven in het rijksregister van de natuurlijke personen voor elk gezin als zodanig ingeschreven in de bevolkingsregisters op 1 januari van het aanslagjaar.
  • de eigenaar van een tweede verblijf op 1 januari van het aanslagjaar voor elk tweede verblijf.
  • de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar als hoofd- en/of bijkomende activiteit op het grondgebied van Huldenberg een nijverheids-, landbouw-, horeca-, handelsbedrijf of financiële instelling exploiteert, een vrij beroep of zelfstandige activiteit uitoefent, een maatschappelijke of exploitatiezetel heeft (hierna benoemd als 'bedrijf';                                                                                                                                                                        
  • de exploitant van de terreingerelateerde logies op 1 januari van het aanslagjaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting voor elke plaats op een terreingerelateerde logies;
  • de exploitant van het weekendverblijfpark op 1 januari van het aanslagjaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting voor elk bebouwd perceel voor de weekendverblijfparken.

Artikel 4:

De belasting bedraagt:

  • 50 euro per jaar en per gezin;

  • 50 euro per jaar per tweede verblijf;

  • 50 euro per jaar per bedrijf;
  • 30 euro per jaar per perceel en per plaats, met een minimum verblijf van 1 maand op een terreingerelateerd logies;
  • 30 euro per jaar en per bebouwd perceel op een weekendverblijfpark.

Artikel 5:

  • De belasting is niet toepasselijk wat betreft de onroerende goederen of delen van onroerende goederen bestemd voor een  dienst van openbaar nut, kosteloos of niet, zelfs wanneer deze goederen geen domeingoed zijn of in huur worden genomen, rechtstreeks of onrechtstreeks door de staat of door haar aangestelden. Deze ontslaging betreft niet de delen van deze onroerende goederen betrokken door de aangestelden van de staat ten private  titelen en voor hun persoonlijk  gebruik.
  • Indien het gezin van de belastingplichtige op hetzelfde adres is gehuisvest, is de belasting evenwel éénmaal verschuldigd.

Artikel 6:

De belasting is voor zijn geheel verschuldigd op basis van de toestand zoals die zich voordoet op 1 januari van het aanslagjaar.

Artikel 7:

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 8:

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet.

Artikel 9:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen, dat handelt als bestuursoverheid.

De bezwaren moeten schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel directeur.

De ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden gestuurd.

Artikel 10:

Dit reglement wordt overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur aan de toezichthoudende overheid toegezonden.

Artikel 11:

Dit reglement wordt afgekondigd en bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286, §1, 1° en artikel 287 van het decreet lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026.