De aanvullende belasting op de personenbelasting wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 vastgesteld op 8% van de overeenkomstig artikel 466 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorgaande jaar.
De opbrengst voor het aanslagjaar 2026 wordt geraamd op 6.470.374,73 euro.
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 worden er jaarlijks ten bate van de gemeente 630 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.
De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 3.563.538,00 euro.
De gemeentelijke milieubelasting bedraagt:
50 euro per jaar en per gezin;
50 euro per jaar per tweede verblijf;
De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 210.000,00 euro.
De belasting op vaste constructies wordt vastgesteld op 25 euro per vierkante meter, per jaar, nuttige oppervlakte.
De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 1.500,00 euro.
De belasting wordt vastgesteld op 0,25 euro per vierkante meter oppervlakte van het perceel palende aan een al dan niet verwezenlijkte weg die voorkomt in de verkavelingsvergunning/omgevingsvergunning, met een minimum van 125 euro per perceel; elk gedeelte van een vierkante meter wordt als een volledige vierkante meter beschouwd.
De bedragen vermeld in dit artikel, zijn gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index en stemt overeen met de index van december 2008. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX-indexcijfer van de maand december die de aanpassing voorafgaat.
De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 50.000,00 euro.
De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 20.000,00 euro.
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 25.000,00 euro.
De vaststelling van de verwaarloosde woningen en gebouwen wordt bepaalt aan de hand van een technisch verslag.
Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting te vestigen voor de woningen en gebouwen die op 1 januari van het aanslagjaar gedurende minstens 6 opeenvolgende maanden opgenomen zijn in de inventaris van verwaarloosde gebouwen en/of woningen.
Er wordt een belasting van 1500 euro voor een woning en/of gebouw voorgesteld. Dit bedrag is gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index en stemt overeen met de index van december 2025. Het bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan de ABEX-index van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat.
De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 10.000,00 euro.
De belasting bedraagt 100 euro per plaats op een terreingerelateerd logies, al dan niet in gebruik op 1 januari van het aanslagjaar.
De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 25.900,00 euro.
De belasting op groeven en graverijen bedraagt 0,60 euro per ton opgehaalde leem, klei, kiezel of zand.
De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 5.000,00 euro.
De belasting wordt vastgesteld op 100 euro per bebouwd perceel in het weekendverblijfpark.
De toestand op 1 januari van het aanslagjaar wordt in aanmerking genomen.
De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 300,00 euro.
De belasting bedraagt 1.500 € per woning.
Het bedrag is gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index en stemt overeen met de index van december 2025. Het bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX-indexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat.
De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 5.000,00 euro.
De belasting op tweede verblijven wordt vastgesteld op 1.500 euro per tweede verblijf.
Het bedrag is gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index en stemt overeen met de index van december 2025. Het bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX-indexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat.
De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 180.000,00 euro.
§ 1. De belasting bedraagt:
° voor een gebouw of een woning die voor een eerste termijn van twaalf opeenvolgende maanden in het leegstandsregister staat: 1.500 euro voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw;
° voor een gebouw of een woning die voor een tweede termijn van twaalf opeenvolgende maanden in het leegstandsregister staat: 3.000 euro voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw;
° voor een gebouw of een woning die voor een derde of volgende termijn van twaalf opeenvolgende maanden in het leegstandsregister staat: 4.500 euro voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw.
Het bedrag is gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index en stemt overeen met de index van december 2025. Het bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX-indexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat.
§ 2. In afwijking van het eerste lid wordt voor de panden die reeds waren opgenomen in het leegstandsregister bij de inwerkingtreding van het huidige reglement voor het aanslagjaar 2026 het basistarief toegepast, zonder rekening te houden met het aantal periodes van 12 maanden dat de woning en/of gebouw zonder onderbreking opgenomen is in de gemeentelijke inventaris.
Vanaf aanslagjaar 2027 geldt deze overgangsmaatregel niet meer en worden de bepalingen van het eerste lid onverkort toegepast.
De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 30.000,00 euro.
De gemeenteraad keurt het aangepaste meerjarenplan 2020 - 2025 van het OCMW, zoals vastgesteld door de Raad voor maatschappelijk welzijn, goed.
De gemeenteraad stelt zijn deel in het aangepaste meerjarenplan 2020 - 2025 vast, zoals thans voorgelegd.
De tarieven van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van elekttronische Kids ID's aan Belgische kinderen en voor de uitreiking van elektronische verblijfsdocumenten aan vreemde onderdanen derde landen onder de 12 jaar en de uitreiking van elektronische identiteitskaarten aan Belgen via spoedprocedure met gecentraliseerde levering FOD Binnenlandse Zaken Brussel worden geïndexeerd vanaf 1 januari 2026. De tarieven voor de uitreiking van elektronische identiteitskaarten worden verhoogd in lijn met de bedragen die door de hogere overheid gehanteerd worden.
De overige tarieven in het reglement blijven ongewijzigd.
De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 400,00 euro.
Er wordt een tegemoetkoming voorzien in de vorm van een handelaarscheque, voor een maximumbedrag van 40 euro per kalenderjaar voor alle Buzzy Pazz abonnementen voor schoolgaande jongeren van 6 tot en met 24 jaar en voor schoolabonnementen van de NMBS voor schoolgaande jongeren van 6 tot en met 24 jaar.
In het meerjarenplan 2026 - 2031 is 10.000 euro per jaar voorzien.
Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om de toekenning van de geboortepremie, premie herbruikbare luiers, premie huwelijken, toelage NT2 cursisten, attenties jubilarissen, nieuwe inwoners, honderdjarigen en sociale correcties verder toe te staan voor de jaren 2026 tot en met 2031.
De gemeente neemt deel aan het "Raamovereenkomst voor het digitaliseren van (bestuurs)documenten - Bestek nr. 2024/HFB/MPMO/124856" waarbij het Agentschap Facilitair Bedrijf optreedt als aankoopcentrale.
De gemeenteraad keurt de engagementsverklaring van de VVSG betreffende de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) goed.