De COVID-19 pandemie heeft nog steeds de hele wereld in haar greep. Niettegenstaande is de situatie in Vlaanderen momenteel bemoedigend. Alle parameters die de ernst van de pandemie duiden, evolueren in gunstige zin en dalen tot onder alarmniveaus.
Het behoort tot de taak en bevoegdheid van het lokaal bestuur om passende maatregelen te nemen om epidemieën - zoals de huidige COVID-19-virus pandemie - te voorkomen, te remediëren of een halt toe te roepen. Dit gebeurde onder meer door volgende burgemeestersbesluiten:
Alle parameters die de ernst van de pandemie duiden, evolueren in gunstige zin en dalen tot onder alarmniveaus.
Alle maatregelen worden momenteel teruggeschroefd.
Artikel 63 decreet lokaal bestuur
De arbeidscodex m.b.t. bescherming van de werknemer
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen
Artikel 135 §2 Nieuwe Gemeentewet:
“De gemeenten hebben ook tot taak het voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. Meer bepaald, en voor zover de aangelegenheid niet buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden, worden de volgende zaken van politie aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd :
(….)
5° het nemen van passende maatregelen om rampen en plagen, zoals brand, epidemieën en epizoötieën te voorkomen en het verstrekken van de nodige hulp om ze te doen ophouden;”
Ministerieel besluit van 24 juli houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken (BS. 24 juli 2020)
Artikel 21bis van het Ministerieel besluit van 24 juli houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken (BS. 24 juli 2020) bepaalt dat de lokale overheid het mondmasker kan verplichten in de winkelstraten en elke private of publieke druk bezochte plaats.
De burgemeester is bevoegd om uitvoering te geven aan artikel 21bis van het Ministerieel besluit van 24 juli houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.
[niet meer relevante Ministeriele besluiten van voor 1 januari 2021 houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus Covid-19 worden niet weergegeven]
Data van Ministeriële besluiten na 1 januari 2021: 6 februari, 12 februari, 24 april, 27 april, 7 mei, 4 juni en tenslotte het Ministerieel besluit van 23 juni 2021 houdende wijzigingen van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.
Het is nodig om de lokale covid-maatregelen af te stemmen op de bovenlokale maatregelen. Aangezien de algemene trend momenteel is om de maatregelen uit te faseren, is het billijk en veilig om deze trend mee te volgen.
Het spreekt voor zich dat ook alle bestaande of behouden preventiemaatregelen belangrijk zijn en toegepast moeten worden.
De volgende besluiten kunnen bijgevolg ingetrokken worden:
Voor de goede gang van zaken en heldere communicatie is het uitfaseren van gemeentelijke maatregelen op een duidelijk datum - 1 juli 2021 - van belang. De werking van de gemeentelijke openbare bibliotheek wordt dus ook best genormaliseerd (excl. Federale maatregelen uiteraard) door volgende relevant besluiten te herroepen:
Artikel1:
De burgemeester beslist om volgende besluiten in te trekken met onmiddellijke ingang:
Artikel 2:
De burgemeester beslist dat met onmiddellijke ingang geen extra maatregelen zijn nog van toepassing voor:
Dat wil zeggen dat de Federale maatregel gevolgd worden en voldoende zijn m.b.t. het bestrijden van de Sars-Cov2-pandemie. Dit onderdeel wordt ter bekrachtiging voorgelegd op de eerstvolgende vergadering van het college.