Volgens artikel 14 van het gemeentelijk evenementenreglement is de organisator van een evenement verantwoordelijk voor het verwijderen van alle afval op de evenementensite en dit binnen de 24 uur na het evenement.
Het reglement stelt dat de organisator zich zodanig moet organiseren, of afspraken moet maken met Ecowerf zodat de afvalverwijdering en overeenstemmende facturatie rechtstreeks via Ecowerf verlopen. In afwijking hiervan zijn voor evenementen met een voldoende maatschappelijk belang praktische en financiële afspraken rond afvalinzameling en –verwijdering mogelijk met het college van burgemeester en schepenen.
Het blijkt echter dat een dergelijke afspraak maken met Ecowerf niet mogelijk is. De volle containers die door de dienst WEB aangeleverd worden kunnen ook niet naar het containerpark gebracht en niet opgehaald worden met het gewone huisvuil. In de praktijk haalt de dienst WEB het afval op bij volgende evenementen omdat organisatoren dit vragen of verwachten:
- Neerijse Kermis
- Kakje Vakje
- Halfoogstfeesten
- Rochusommeganck
- Rooikermis
- Kerstmarkt
- Kerstboomverbranding
- Evenementen in samenwerking met het lokaal bestuur
- Otspot
Aangezien afval momenteel enkel wordt opgehaald wanneer organisatoren hier expliciet om vragen, ontstaat er ongenoegen en frustraties, maar ook onduidelijkheid. Dit leidt ertoe dat afval vaak meerdere dagen blijft liggen. Er is daarom nood aan duidelijke richtlijnen die bepalen wanneer de organisator zelf verantwoordelijk is voor het verwijderen van het afval en wanneer hiervoor een beroep kan worden gedaan op de dienst WEB. Daarnaast moet worden vastgelegd op welke wijze het afval dient te worden aangeboden (sorteren, ter plaatse van het evenement of aangeleverd bij de dienst WEB, …).
De dienst vrije tijd en WEB stellen voor dat het afval wordt opgehaald door de dienst WEB voor evenementen die:
- op openbaar domein plaatsvinden én gratis zijn voor inwoners
- in samenwerking met het lokaal bestuur georganiseerd worden
Bijkomende voorwaarden voor het ophalen van het afval door de dienst WEB:
- Afval is verzameld op één plaats
Voor volgende evenementen blijven organisatoren zelf verantwoordelijk voor het verwijderen van hun afval:
- Evenementen in de gemeentezalen
- Buurt- of wijkfeesten
- Betalende evenementen
Positief advies van het MAT van 26 januari 2026.
Er is nood aan duidelijke richtlijnen die bepalen wanneer de organisator zelf verantwoordelijk is voor het verwijderen van het afval en wanneer hiervoor een beroep kan worden gedaan op de dienst WEB. Artikel 14.7 van het gemeentelijk evenementenreglement wordt daarom in volgende zin aangepast:
14.7 De organisator organiseert zich zodanig, of maakt afspraken met Ecowerf zodat de afvalverwijdering en overeenstemmende facturatie rechtstreeks via Ecowerf verlopen. In afwijking hiervan kan er voor evenementen die in samenwerking met het lokaal bestuur georganiseerd worden of evenementen die op openbaar domein plaatsvinden én gratis toegankelijk zijn voor inwoners, een aanvraag gedaan worden bij de dienst WEB om het afval op te halen. Dit op voorwaarde dat al het afval verzameld is op één plaats.
Voor volgende evenementen zijn organisatoren zelf verantwoordelijk voor het verwijderen van hun afval:
- Evenementen in de gemeentezalen
- Buurt- of wijkfeesten
- Betalende evenementen
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt het navolgend 'Gemeentelijk reglement evenementen Huldenberg' goed:
Reglement evenementen Huldenberg
1. Toepassingsgebied
Evenement: elke manifestatie of gebeurtenis met al dan niet betalende bezoekers en/of deelnemers op het gebied van feesten, kermis, sport, kunst, cultuur, religie op de openbare weg en/of openbaar terrein of op privaat terrein. Voorbeelden zijn fuiven, dorpsfeesten, straatfeest, muziekfestivals, kermissen, braderijen, jaarmarkten, optochten, doortochten, markten, tornooien, tuin- en huwelijksfeesten en sportmanifestaties.
Vallen buiten het toepassingsgebied van dit reglement:
2. Aanvraag van een evenement via het standaard aanvraagformulier
De organisator van een evenement dat voldoet aan één van volgende voorwaarden doet ten laatste twee maanden vóór het plaatsvinden van het evenement een aanvraag bij de dienst vrije tijd van de gemeente Huldenberg (Gemeenteplein 1, 3040 Huldenberg – evenementen@huldenberg.be).
De aanvraag gebeurt bij voorkeur digitaal via het hiervoor bestemde standaardformulier en voorzien van de gevraagde/nodige bijlagen. Het standaardformulier is ter beschikking op de gemeentelijke website, het onthaal van de gemeente en de dienst vrije tijd.
Voor evenementen waarbij het standaardformulier niet zou voldoen of niet bruikbaar is – bvb moest de veiligheidscel om extra informatie verzoeken – wordt de bijzondere of extra informatie verstrekt via extra bijlagen of toelichtingen. De algemene informatie voor dergelijke evenementen wordt via het standaard evenementenformulier gemeld.
De schaal van het inplantingsplan bedraagt 1/50, de schaal van het omgevingsplan 1/200.
Verwerking en gebruik van de gegevens die op het standaard evenementenformulier worden ingediend vallen onder de wetgeving ter bescherming van de privacygegevens en de door de gemeente vastgelegde privacyverklaring – zie https://www.huldenberg.be/privacyverklaring.
3. Procedure
3.1 Het college van burgemeester en schepenen deelt binnen de 30 dagen nadat de aanvraag ontvankelijk en volledig werd verklaard aan de organisator mee of het openbaar evenement al dan niet kan plaatsvinden.
Het college kan hierbij voorwaarden stellen voor de bevoegdheden waarover ze beschikt.
3.2 De burgemeester deelt eveneens binnen de 30 dagen nadat de aanvraag ontvankelijk en volledig werd verklaard aan de organisator mee of het openbaar evenement al dan niet kan plaatsvinden.
De burgemeester kan hierbij voorwaarden stellen voor de bevoegdheden waarover hij/zij beschikt.
3.3 In geval van (gedeeltelijke) afkeuring kan de aanvrager een nieuwe aanvraag indienen voor hetzelfde evenement, maar met andere dossierstukken. Op deze tweede aanvraag antwoordt het college van burgemeester en schepenen ten laatste twee weken na ontvangst van de nieuwe aanvraag.
3.4 Onder volgende omstandigheden wordt de aanvraag voor evenementen voorgelegd aan de veiligheidscel van de gemeente (K.B. van 16 februari 2006 inzake noodplanning):
3.5 Voor specifieke evenementen, of voor het bekomen van afwijkingen op dit reglement om bijzondere redenen, wordt advies op maat verstrekt door de verschillende diensten bevoegd voor het evenementenbeleid: politie, mobiliteit, brandweer, … . Het finale oordeel hierover ligt bij college van burgemeester en schepenen of de burgemeester afzonderlijk al naargelang de bevoegdheid over de gevraagde afwijking/specifiek evenement.
3.6 Voor evenementen waarvoor geen geldende voorschriften voorhanden zijn, zal de brandweerzone veiligheidsmaatregelen adviseren steunend op de geest en de logica van de wetgeving en hun beroepservaring.
3.7 Laattijdige aanvragen kunnen leiden tot de administratieve onmogelijkheid om de aanvraag te behandelen. In dat geval is de aanvraag onontvankelijk.
4. Verzekering door de organisator
4.1 De organisator van een evenement is verplicht minimaal over een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering te beschikken, hetzij persoonlijk, via de vereniging of via de overkoepelende bond.
4.2 Voor praalwagens beschikt de organisator over de verplichte aansprakelijkheidsverzekering opgenomen in de Wet van 21 november 1989.
4.3 De burgemeester kan een organisator opleggen om bijkomende, specifieke verzekeringen af te sluiten.
5. Einduur van het evenement
5.1 Het sluitingsuur van het evenement wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
5.2 Een uur vóór sluitingstijd begint de organisator met de afbouw van het evenement door geleidelijk meer licht maken, rustigere muziek te spelen, … en mag er geen enkele vorm van verkoop van drank- en eetbonnen meer worden georganiseerd.
5.3 Een half uur vóór sluitingstijd mogen er geen dranken en etenswaren meer worden geserveerd.
5.4 Op de locatie worden het sluitingsuur en het einde van de bonnetjes- en drankverkoop duidelijk zichtbaar weergegeven (aan de ingang, de toog en kassa).
6. Beperken van de overlast
6.1 Indien er elektronisch versterkte muziek gespeeld wordt mag tijdens de volledige duurtijd van het evenement het maximale geluidsniveau van 85 dB(A) LAeq 15 min niet overschreden worden, tenzij de organisator beschikt over een door het college van burgemeester en schepenen toegekende uitzondering overeenkomstig Vlarem II, hoofdstuk 6.7 ‘Niet-ingedeelde muziekactiviteit’. Deze uitzondering kan vervat zitten in de evenementvergunning.
Het college kan voor deze uitzonderingen voorwaarden stellen voor de bevoegdheden waarover ze beschikt.
6.2 Ten laatste een week vóór het evenement laat de organisator aan de omwonenden van de locatie weten dat er een openbaar evenement zal plaatsvinden. Dit gebeurt via strooibriefjes, die ook het gsm-nummer bevatten van een contactpersoon tijdens het evenement.
6.3 Bij alle gelegenheden waar gefuifd en gedanst wordt is het schenken van sterkedrank in principe niet toegelaten. Een uitzondering hierop is alleen mogelijk mits specifieke vergunning, al dan niet onderdeel van de evenementvergunning. De organisator ziet er op toe dat er niet met drankrecipiënten wordt buitengegaan. De alcoholwetgeving dient duidelijk geafficheerd te worden.
7. Toegang voor hulpdiensten
7.1 De hulpdiensten moeten op elk moment het evenement kunnen bereiken. Hiervoor moet er een minimale vrije doorgang van 4 m breedte en 4 m hoogte (voor het opstellen en doorlaten van de brandweervoertuigen) voorzien worden.
7.2 De toegangswegen zijn zo aangelegd dat ze een vrachtwagen van 15 ton kunnen dragen.
7.3 Indien er bochten aanwezig zijn in de toegangswegen moeten deze minimaal volgende eigenschappen bezitten: 11 m draaicirkel aan de binnenkant en 15 m aan de buitenkant.
7.4 Er mogen tafels, stoelen, luifels, bloembakken en vuilnisbakken geplaatst worden in de vrije doorgang op voorwaarde dat deze binnen één minuut weggenomen kunnen worden. Er moet echter steeds een minimale doorgang van 2,5 m vrij blijven, zonder obstakels.
7.5 De aanwezige hydranten en waterwinplaatsen moeten steeds vrij bereikbaar zijn voor interventievoertuigen.
7.6 Het evenement (tent of afgebakend terrein) mag maximaal op 60 m verwijderd zijn van een verharde opstelplaats.
7.7 De bereikbaarheid van andere gebouwen mag niet in het gedrang komen door het opstellen van het evenement.
7.8 Doorlopend wordt in de opstelling van het evenement voorzien dat hulpdiensten vlot ter plaatse kunnen komen. Noodzakelijke wegversperringen zijn mobiel en op cruciale plaatsen bemand.
8. Evacuatie
8.1. Het aantal toegelaten personen in een evenementruimte is afhankelijk van de netto oppervlakte (dit is de oppervlakte die overblijft nadat je de zitplaatsen, het sanitair de toog en het podium aftrekt van het totaal oppervlak)
het maximum aantal toegelaten personen bedraagt 2 per m².
8.2 De totale breedte van alle (nood)uitgangen is gelijk aan het aantal personen toegelaten maal 1 cm. De uitbater laat zelf weten hoeveel personen hij wil toelaten rekening houdend met het opgelegde maximum en minimum.
8.3 (nood)uitgangen zijn minimum 85 cm breed. De vrije hoogte is minimum 200 cm over de gehele breedte (let op met tentflappen). De uitgangen moeten gelijkmatig verdeeld zijn over de te gebruiken ruimte. De uitgangen moeten volledig vrij zijn en leiden steeds rechtstreeks naar de openbare weg of een gelijkaardige, veilige plaats. Ze mogen geen andere ruimten, gebouwen of inrichtingen doorlopen. De deuren draaien open in de vluchtzin of moeten in geopende stand kunnen worden geblokkeerd (tenzij anders bepaald in het politiereglement). Draaideuren worden nooit in rekening gebracht als nooduitgang.
8.4 In functie van het aantal toegelaten personen (bepaald door de uitbater in uitvoering van 8.1) wordt het minimum aantal uitgangen bepaald. (Nood)uitgangen moeten naar buiten opendraaien.
De af te leggen afstand vanuit elk punt van de inrichting of compartiment tot aan de dichtstbijzijnde uitgang is steeds maximaal 30 m. Bij een trap wordt de horizontaal afgelegde afstand berekend door, de te overbruggen verticale hoogte te vermenigvuldigen met 2,5.
8.5 Signalisatie van alle vluchtwegen dient aangebracht te worden. Deze signalisatie dient te beantwoorden aan de bepalingen betreffende de veiligheids- en gezondheidssignalering (KB van 17 juni 1997).
8.6 Een reglementaire veiligheidsverlichting dient aangebracht te worden aan de in- en uitgangswegen. Deze verlichting (min. 5 lux) moet een voldoende zichtbaarheid garanderen om een veilige ontruiming van de aanwezige personen te verzekeren.
8.7 Er moet een noodomroep installatie aanwezig zijn die de organisator in staat stelt om de aanwezigen er toe aan te zetten de evacuatie te starten. Dit mag de geluidsinstallatie zijn.
8.8 De uitgangen moeten onder toezicht staan van een bevoegd persoon (bv security of organisator), die de vlotte doorgang kan verzekeren.
8.9 Er moet een evacuatieplaats worden afgesproken waar de bezoekers in veiligheid gebracht kunnen worden.
8.10 Er moet een EHBO post voorzien worden door de organisatie. Deze is aangepast aan de noden van de bezoekers en moet minimaal bestaan uit een verbandkist en één persoon met een EHBO opleiding.
9. Inrichting van de evenementsite
9.1 Niet vaste zitplaatsen en tribunes mogen in rijen van maximaal 20 worden opgesteld indien ze over 1 vluchtweg beschikken. Het aantal zitplaatsen mag verhoogd worden naar 40 indien men over 2 vluchtwegen beschikt.
9.2 De minimale afstand tussen twee rijen stoelen bedraagt 35 cm (gemeten tussen de rugleuning en de voorkant van het zitvlak van de volgende stoel)
9.3 De zitplaatsen voor toeschouwers moeten per rij aan elkaar worden vastgemaakt.
9.4 Er moeten minimaal op 1,2 m afstand gelaten worden tussen twee rijen tafels.
10. Blusmiddelen
10.1 Een brandblusser met één bluseenheid is steeds 6 kg poeder of 6 liter AFFF waterschuim (Aqueous Film Forming Foam) tenzij anders vermeld in de vergunning. Afhankelijk van de locatie en de aard van het evenement legt de brandweer volgende minimum voorwaarden op:
10.2 De brandblussers moeten goed onderhouden zijn (een jaarlijkse keuring ondergaan). Ze zijn gemakkelijk bereikbaar en oordeelkundig verdeeld over de gebruikte oppervlakte (zoals in de nabijheid van bijzondere risico’s).
10.3 De brandblussers worden aangeduid met pictogrammen.
10.4 Brandblussers worden evenredig verdeeld over de gehele oppervlakte
11. Veiligheid & noodplanning
11.1 Alle medewerkers moeten duidelijke instructies ontvangen over de taakverdeling bij brand, evacuatie of een ander incident en over het gebruik van de brandbestrijdingsmiddelen. Er moet een veiligheidsverantwoordelijke worden aangeduid die de brandweer begeleid bij een eventueel incident (zie evenementenformulier). De organisatie voorziet hiervoor in de opmaak van een communicatiefiche ‘veiligheid & noodplanning’ voor iedere medewerker van/aan het evenement. Bij voorkeur geplastificeerd en voorzien van een houwtouw.
11.2 Er dient een risicoanalyse te worden gemaakt. De risico’s en de veiligheidsmaatregelen om deze risico’s te beperken worden opgesomd (kookvuren, massa volk, elektriciteit,….) in de aanvraag. Er dienen eenvoudige scenario’s te worden opgesteld voor de meest waarschijnlijke incidenten. Volgende zaken moeten hierin opgenomen worden:
11.3 De aangeduide persoon ‘veiligheid & noodplanning’ evalueert in aanloop van en tijdens het evenement eventuele extreme weersomstandigheden en neemt desgevallend gepaste maatregelen.
12 Varia
12.1 Alle aangebrachte versieringen mogen geen bijzonder risico voor de (brand)veiligheid met zich meebrengen. Geen brandbare versiering in de feesttenten en gebouwen.
Versieringen mogen nergens de vrije doorgang beperken (noch in de breedte, noch in de hoogte).
12.2 Decoratie moet minimaal 60 cm verwijderd zijn van de warmtebronnen.
12.3 Kerstbomen zijn binnen toegelaten als decoratie op voorwaarde dat:
• de kerstboom een kluit heeft (of brandvertragend is bij valse bomen)
• deze bomen niet opgesteld staan aan de uitgang of in de vluchtwegen
12.4 Thaise lampion, Kong-Ming-lantaarn, wensballon of vuurballon is verboden
12.5 De organisatie vergewist zich vooraf van de locatie en toegangsroute van de dichtstbij zijnde AED toestel.
13 Specifieke richtlijnen
14. Afval
14.1 Ook voor de organisator van een evenement gelden de gangbare regels rond afval en afvalpreventie. De organisator is dus verantwoordelijk voor de naleving van de wetten, decreten en reglementen rond selectieve afvalinzameling. Enkel de juiste, legale inzamelrecipiënten en afvoermodaliteiten zijn toegelaten.
14.2 De organisator voorziet voldoende vuilbakken/inzamelrecipiënten in overeenstemming met de gegenereerde afvalstromen met een minimum van 2 recipiënten per begonnen hectare per afvalfractie.
14.3 Ten laatste 24 uur na het evenement is alle selectief ingezamelde afval van de site verwijderd met inbegrip van het eventuele zwerfvuil. De hele evenementsite, inclusief toegangswegen, paden, parkings, kampplaats, … wordt met andere woorden binnen de 24 uur na het evenement volledig opgekuist.
14.4 De standhouder of ambulante handelaar die hetzij op het evenement, hetzij naar aanleiding van een evenement voedingswaren en/of dranken aanbiedt en/of handelsgoederen verhandelt, is verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van het afval dat ontstaat ingevolge van zijn activiteit en/of handelingen. De standhouder voorziet hiervoor voldoende afvalrecipiënten waarbij de verschillende fracties ten minste beantwoorden aan de aangeboden voedingswaren en/of dranken.
14.5 De organisator van een evenement past de regels voor een duurzaam materialenbeheer toe. Waar mogelijk wordt afval vermeden. Er worden duurzame of herbruikbare materialen gebruikt. Het gebruik van herbruikbare drinkbekers geldt als aanbeveling.
14.6 Het oplaten, uitdelen, verkopen, … van ballonnen gevuld met een gas(mengsel) ander dan normale lucht is verboden.
14.7 De organisator organiseert zich zodanig, of maakt afspraken met Ecowerf zodat de afvalverwijdering en overeenstemmende facturatie rechtstreeks via Ecowerf verlopen. In afwijking hiervan kan er voor evenementen die in samenwerking met het lokaal bestuur georganiseerd worden of evenementen die op openbaar domein plaatsvinden én gratis toegankelijk zijn voor inwoners, een aanvraag gedaan worden bij de dienst WEB om het afval op te halen. Dit op voorwaarde dat al het afval verzameld is op één plaats.
Voor volgende evenementen zijn organisatoren zelf verantwoordelijk voor het verwijderen van hun afval:
- Evenementen in de gemeentezalen
- Buurt- of wijkfeesten
- Betalende evenementen
14.8 Voor het gebruik van cateringmateriaal gelden de voorwaarden van artikels 5.3.12.1, 5.3.12.2 en 5.3.12.3 van het Vlarema.
15. Handhaving
15.1 In geval van overtreding van de bepalingen zoals opgenomen in dit reglement kan de politie, de brandweer of de burgemeester aanmanen om de niet-reglementaire toestand onmiddellijk ongedaan te maken en/of te corrigeren.
15.2 Bij ernstige inbreuken op de toepassing van dit reglement en/of de voorwaarden gesteld in de overeenstemmende evenementvergunningen en waarbij een ernstig gevaar voor de veiligheid of gezondheid van bezoekers of exploitanten wordt vastgesteld, kan het evenement bij besluit van de politie, de brandweer of de burgemeester geheel of gedeeltelijk worden stilgelegd/geannuleerd.
15.3 Inbreuken m.b.t. de naleving van dit reglement worden vervolgd via sancties zoals voorzien in de Algemene politieverordening met gemeentelijke administratieve sancties van 29 maart 2018 (algemeen GAS-reglement)
Einde
BIJLAGE A: ELEKTRICITEIT
BIJLAGE B: (FEEST)TENTEN
BIJLAGE C: STANDEN/EETKRAMEN
BIJLAGE D: KAMPVUUR
BIJLAGE E: VUURKORVEN
BIJLAGE F: FAKKELS en KAARSEN
BIJLAGE G: VUURWERK
Vuurwerk is verboden in de gemeente Huldenberg.
BIJLAGE H: PODIUM, GELUIDSTOREN,OPBLAASBARE STRUCTUREN
BIJLAGE I: WIELERWEDSTRIJDEN en (CARNAVAL)STOETEN
BIJLAGE J: KERMISSEN
Zie kermisreglement
Onderdelen van kermissen die niet voorzien zijn in het kermisreglement, maar wel opgenomen zijn in dit reglement, zijn van toepassing op de desbetreffende delen van de kermissen.
Artikel 2:
Dit reglement wordt overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikel 3:
Dit reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 §1, 1° en artikel 287 van het decreet lokaal bestuur en treedt in werking op 1 april 2026.
Artikel 4:
Het huidig reglement wordt opgeheven.