De opbrengst van deze belasting wordt voor het aanslagjaar 2026 geraamd op 20.000,00 euro.
De beslissing van de gemeenteraad van 18 december 2019 – belasting op omgevingsvergunningen - 2020 - 2025.
De noodzaak om omwille van de continuïteit een nieuw reglement goed te keuren nu het bestaande reglement dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2019 afloopt op 31 december 2025.
De behandeling van meldingen en aanvragen om stedenbouwkundige of verkavelingsvergunningen te betekenen is een aanzienlijke werklast voor de gemeentelijke openbare diensten.
Het is billijk om de kosten ten dele door te rekenen aan de natuurlijke of rechtspersoon die de melding of aanvraag doet.
De financiële toestand van de gemeente rechtvaardigt het heffen van deze belasting waarbij een evenwichtige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.
De belastingen zijn opgenomen in het meerjarenplan om aan de voorwaarden tot het bereiken van het financieel evenwicht te voldoen.
Artikel 1:
Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de meldingen of aanvragen voor het bekomen van een omgevingsvergunning zoals bepaald in het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, ongeacht de vergunningverlenende overheid.
Er is voor deze dossiers geen vooraf te betalen 'dossiertaks' verschuldigd, zoals voorzien in bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Artikel 2:
De belasting is verschuldigd op datum van de aanvraag of melding door de natuurlijke of rechtspersoon die de aanvraag of melding heeft ingediend. Bij gebreke van een aanvrager is de belasting verschuldigd door de vergunningshouder of exploitant van het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft.
Artikel 3:
De belasting bestaat uit een bedrag per dossiertype, verhoogd met een bedrag per procedurestap. De bedragen per dossiertype worden cumulatief aangerekend en worden als volgt vastgesteld:
Belasting per dossiertype:
| Melding voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen/melding van een ingedeelde inrichting of activiteit | 50 euro |
| Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen: | |
| Vereenvoudigde procedure, zonder verplichte medewerking van een architect | 50 euro |
| Vereenvoudigde procedure, met verplichte medewerking van een architect | 100 euro + 100 euro per bijkomende eenheid |
| Gewone procedure | 150 euro + 100 euro per bijkomende eenheid |
| Gewone procedure met wijzigingsverzoek | 250 euro + 100 euro per bijkomende eenheid |
| Aanvraag van een stedenbouwkundig attest | 50 euro + 50 euro per bijkomende eenheid |
| Aanvraag planologisch attest | 500 euro |
| Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden zonder wegenis | 50 euro + 100 euro per kavel |
| Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden met wegenis | 250 euro + 250 euro per kavel |
| Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bijstelling van een verkavelingsvergunning | 50 euro + 100 euro per bijkomende kavel |
| Afstand van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden (art. 104 omgevingsvergunningsdecreet) | 50 euro |
| Aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 1 of 2: | |
| Vereenvoudigde procedure (o.a. beperkte verandering of tijdelijke activiteit) | 50 euro |
| Gewone procedure: Klasse 1 | 250 euro |
| Gewone procedure: Klasse 2 | 150 euro |
| Vraag tot omzetting van een milieuvergunning verleend voor 20 jaar naar een permanente vergunning (art. 390 omgevingsvergunningsdecreet) | 150 euro |
| Verzoek tot bijstelling van de milieuvoorwaarden | 50 euro |
| Melding van de overdracht van de vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit: volledige overdracht | 50 euro |
| Melding van de overdracht van de vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit: gedeeltelijke overdracht | 50 euro |
| Aanvraag socio-economische vergunning | 100 euro |
| Aanvraag tot opname in het vergunningenregister als 'vergund geacht' | 50 euro |
Belasting per procedurestap:
| Voor het digitaliseren van een analoog ingediend dossier (art. 156 omgevingsvergunningsbesluit) | 50 euro |
| Aanvraag voor het houden van een projectvergadering (art. 8 omgevingsvergunningsbesluit) | 100 euro |
| Publiceren van berichten in dag- of weekbladen (o.a. art. 22 en 61 omgevingsvergunningsbesluit) | 250 euro |
| Organiseren van een informatievergadering (art. 25 omgevingsvergunningsbesluit) | 250 euro |
| Raadpleging kwaliteitskamer (1) (1) Dit kan zowel voor als tijdens de loop van de aanvraagprocedure tot omgevingsvergunning, zowel op verzoek van de aanvragers, als op vraag van het college, die haar beslissing motiveert op basis van het toetsingskader, dat vermeld staat in artikel 4 van dit reglement. De kwaliteitskamer kan, indien gewenst of noodzakelijk, meerder keren geconsolideerd worden voor of tijdens de behandelingsprocedure van de aanvraag. Het raadplegen van een kwaliteitskamer heeft geen invloed op de geldende termijnen van behandelingsprocedures, noch geeft dit garanties tot het bekomen van een vergunning. |
3000 euro per georganiseerde kwaliteitskamer |
| Openbare onderzoeken | 10 euro per poststuk met een minimum van 25 euro |
In geval van weigering van het dossier zijn bovenvermelde belastingen eveneens verschuldigd.
In geval van intrekking/onvolledigheid en/of onontvankelijkheid van het dossier is de belasting per dossiertype verschuldigd, samen met de kosten van de reeds doorlopen procedurestappen.
Artikel 4:
Toetsingskader Kwaliteitskamer
Huldenberg wenst beroep te doen op een Kwaliteitskamer voor het uitvoeren van een kwaliteitstoets voor projecten die een grote impact hebben op de omgeving, omwille van complexe ruimtelijke vraagstukken, meer mobiliteit, een hogere woondichtheid,… en waarvoor een omgevingsvergunning wordt of zal worden aangevraagd. Deze kwaliteitstoets is een integraal, geïntegreerd en onafhankelijk advies dat ten voordele komt van de kwaliteit van het project zelf, de woonkwaliteit en ten voordele van de omgeving.
Wanneer u op volgende vragen over uw project 2 of meer keer ja antwoordt, dan kan het college beslissen dat uw project onderworpen is aan het oordeel van de Kwaliteitskamer:
Artikel 5:
De belasting dient contant betaald te worden ten laatste voor de datum die vermeld staat op het betalingsverzoek. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
Artikel 6:
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de contante inning, of wanneer de belasting een kohierbelasting wordt, binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 7:
Dit reglement wordt overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikel 8:
Dit reglement wordt afgekondigd en bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286, §1, 1° en artikel 287 van het decreet lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026.